The quick brown fox jumps over the lazy dog

overheidsjuristen

21 januari 2014

Aan het woord: trainee overheidsjurist op stage bij het Rijksmuseum

De trainee overheidsjuristen gaan een maand op praktijkstage bij een andere relevante overheidsorganisatie. Reyer van der Vlies, tweedejaars trainee overheidsjurist bij het ministerie van OCW, heeft bij het Rijksmuseum gewerkt. Wij hebben hem een aantal vragen gesteld over zijn ervaringen. 

Hoe kwam je er op om als trainee stage bij het Rijksmuseum te lopen?

Om dezelfde reden dat ik graag bij mijn huidige werkgever, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, wilde werken, ben ik ook op het Rijksmuseum afgestapt. Ik ben geïnteresseerd in kunst en cultuur en wil mijn professionele leven daar graag door laten inkleuren. Toen ik een stageplaats moest regelen, stelde ik mezelf ten doel in het hart van de culturele wereld terecht te komen. Zo kon ik de juridische aspecten van het cultuurbeleid vanuit die hoek bekijken. 

De rijksmusea leken mij daarvoor een uitgelezen kans, met hét Rijksmuseum als onbetwiste favoriet. De ‘kathedraal van Cuypers’ is na een grondige verbouwing van tien jaar net weer spectaculair is geopend. Dat wekte natuurlijk ook veel nieuwsgierigheid.

Welke rol had je als trainee bij het Rijksmuseum?

De collectiesecretaris van het Rijksmuseum (lees: juridisch adviseur) was druk bezig met lopende (privaatrechtelijke) zaken. Mijn hulp kwam gelegen bij drie bestuursrechtelijke kwesties waar de organisatie mee zat. Zo waren er grootse plannen met wisselende beeldencollecties in de tuin, die net voor het publiek open was gesteld. Aangezien diezelfde tuin als rijksmonument is aangewezen, is het zaak om de vergunning goed op orde te hebben. 

Verder heb ik gekeken naar de indemniteitsregeling in het kader van de Rembrandttentoonstelling. De overheid is tegenwoordig steeds voorzichtiger met het afgeven van financiële garanties, terwijl de ambities van het Rijksmuseum juist groter worden. 

Ten slotte heb ik het calamiteitenplan geanalyseerd en heb ik ervaring opgedaan met lopende zaken als schenkingen en bruiklenen. O ja, en er was nog een antieke koker waarvan over de inhoud driftig werd gespeculeerd. Volgens de akte mocht de koker echter niet worden geopend. Zo’n clausule zorgt voor een hoop gezelligheid onder juristen.

Welk aspect vond je het interessantst?

Het Rijksmuseum is zowel een heel klassiek als een uiterst modern instituut. Enerzijds voert het een wettelijke taak uit als beheerder van stukken uit de rijkscollectie. Anderzijds is het ook een succesverhaal van cultureel ondernemerschap. Aan beide kanten wordt veel waarde gehecht, terwijl ze ook flink kunnen botsen. Dat keert ook terug in de juridische zaken. Alles moet goed geregeld zijn voor het beheer en behoud, maar tegelijkertijd is er ruimte nodig voor innovatie.

Daarnaast kan ik niet anders dan toegeven dat het ook heel bijzonder was om buiten de openingstijden door de zalen te struinen. Als OCW’er kijk ik inmiddels op een andere manier naar kunst: de wervingsgeschiedenis is ineens veel spannender!  

Heeft de stage invloed gehad op je verdere werk?

De stage heeft vooral invloed gehad op de wijze waarop ik naar mijn werk kijk. Het Rijksmuseum is een heel klein beetje 'overheid', maar staat vooral op afstand. De bedrijfscultuur is er erg ondernemend. ‘Den Haag’ wordt er met een belangstellend, maar kritisch oog gevolgd. Dat lijkt me een juist uitgangspunt, ook voor ambtenaren en zeker voor juristen. 

Wat ik in beide werkculturen trouwens ben tegengekomen, zijn ijverige en enthousiaste collega's die bereid zijn veel energie in hun vak te steken. Of dat nu het gevolg is van de culturele zaak of van de wettelijke taak weet ik niet. Het is fijn om te weten dat beleid en veld elkaar wat dat betreft uitstekend kunnen begrijpen.