The quick brown fox jumps over the lazy dog

overheidsjuristen

10 juli 2013

Opinie: Immuniteiten op de jaarvergadering van de NJV

 

In haar rede voor de 143e jaarvergadering van de Nederlandse Juristen-Vereniging (NJV) vroeg voorzitter Gonçalves aandacht voor de Surinaamse Amnestiewet. Deze maakt het mogelijk dat de hoofdverdachte van de decembermoorden, president Bouterse, ongestraft blijft. De aanwezige leden beantwoordden de toespraak met een staande ovatie. Met haar rede raakte mevrouw Gonçalves niet alleen een gevoelige snaar, maar introduceerde tegelijkertijd het onderwerp van de preadviezen waarover de beraadslaging in deze vergadering zou gaan, namelijk ‘immuniteiten’.


Individuen beschikken over immuniteit wanneer bepaalde regels tegenover hen niet kunnen worden gehandhaafd of afgedwongen. Immuniteiten op het parlementaire en strafrechtelijke terrein zijn algemeen bekend: het Kamerlid of gemeenteraadslid dat op uitlatingen ter vergadering niet in rechte kan worden aangesproken en het orgaan van de Rijksoverheid dat niet langs strafrechtelijke weg kan worden aangepakt. Ook op het terrein van het volkenrecht is de immuniteit van staten en hun diplomatieke vertegenwoordigers een vertrouwd begrip. Dit is anders op het privaatrechtelijke terrein. Niettemin besloot de NJV ook daar een preadvies aan te wijden. Preadviseur Verheij schaarde onder het immuniteitsbegrip alle gevallen van uitsluiting of beperking van de aansprakelijkheid of een limitering van het schadebedrag.


De gezamenlijke preadviseurs bepleitten in hun eerste stelling een terugdringing van immuniteiten op de uiteenlopende rechtsgebieden, gelet op het ‘fundamentele belang’ van het recht op toegang tot de rechter. Een tweede overweging van de preadviseurs daarbij was dat immuniteiten zich niet goed verhouden tot het rechtsstatelijk fundamentele gelijkheidsbeginsel op grond waarvan allen gelijk zijn voor de wet.
Met humor en scherpte wees opponent Kortmann de preadviseurs erop dat immuniteiten weliswaar handhaving onmogelijk maken, maar de gang naar de rechter niet verhinderen. Ook weersprak hij het tweede argument van de preadviseurs. Het gelijkheidsbeginsel betekent immers dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Bij immuniteiten gaat het nu juist niet om gelijke gevallen. Daarmee had de eerste, gezamenlijke stelling haar evidentie verloren, ook al bleek nog wel een meerderheid van de aanwezige leden ermee te kunnen instemmen.


Hoewel menig jurist moest wennen aan de gedachte van privaatrechtelijke immuniteiten, viel mij op dat de opbrengst van deze originele benadering aanmerkelijk substantiëler was dan die van de klassieke benadering van immuniteiten, zoals die op het parlementaire terrein. Het preadvies van Verheij over privaatrechtelijke immuniteiten resulteerde in een pleidooi om deze immuniteiten over de gehele linie te beperkten. Hij adresseerde zijn pleidooi in hoofdzaak aan de Hoge Raad die zich naar zijn oordeel niets zou moeten aantrekken van het mogelijk bezwaar dat het de wetgever is die zo’n fundamentele wijziging op zich moet nemen. Volgens Verheij moet de wetgever maar optreden als hij het níet eens zou zijn met een verkleining van de uitsluiting, beperking en limitering van de privaatrechtelijke aansprakelijkheid. Mocht de Hoge Raad toch aarzelen bij het nemen van zoveel rechtsvormende verantwoordelijkheid, dan kon hij, in de opvatting van Verheij, nog kiezen voor “prospective overruling” en de wetgever een duidelijke voorzet te geven alvorens zelf op te treden.


Deze conclusie van Verheij reikt veel verder dan die van, bijvoorbeeld, preadviseur Schutgens. Laatstgenoemde liet zijn beschouwing over parlementaire immuniteit eindigen in een suggestie voor een marginale aanpassing: de mogelijkheid voor een burger die onevenredig nadeel ondervindt van het parlementaire debat om de Staat hiervoor aansprakelijk te stellen. De marginaliteit van deze conclusie werd het meest pregnant verwoord door de aanwezig landsadvocaat Houtzagers. Hij hield de preadviseur voor dat aan dit voorstel geen behoefte is. Als je echt vindt dat de burger op dit punt enige bescherming verdient, wees dan een vent en beperk de parlementaire immuniteit!