The quick brown fox jumps over the lazy dog

overheidsjuristen

16 mei 2017

Hoe nu verder met decentralisaties? Bijeenkomst i.s.m. het KCWJ


Op maandag 12 juni 2017 van 14.30 tot 17.00 uur organiseren het KCWJ en de Academie de bijeenkomst ‘En nu verder! Vierde periodieke beschouwing interbestuurlijke verhoudingen van de Raad van State’. De bijeenkomst vindt plaats op de Academie, aansluitend is er een borrel.


In zijn rapport ‘En nu verder!’ over interbestuurlijke verhoudingen constateert de Raad van State dat de huidige bestuurlijke indeling niet doelmatig aansluit bij de schaal van maatschappelijk vraagstukken. Dit vraagt volgens de Raad om betere afstemming van bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen overheidslagen. Ook de vraag naar maatwerk leidt tot andere interpretatie rechtsregels zoals het gelijkheidsbeginsel en rechtsbescherming. Vanuit het wetgevingsbeleid veronderstelt dit meer afstemming tussen regelgevingscomplexen, nieuwe rechtsconcepten in het bestuursrecht en meer integraliteit van wettelijke stelsels. Vanuit de consequentie van deze signalen van de Raad van State voor het wetgevingsbeleid wordt deze bijeenkomst georganiseerd, waarbij wordt gekeken wat het wetgevingsbeleid kan bijdragen aan verdere effectieve en doelmatige decentralisatie.

Direct aanmelden? info@kcwj.nl

Vanwege de wettelijke structuur moet er één overheidslaag zijn die eindverantwoordelijk is. Maar praktisch brengt dat het risico mee dat er dan een centrale werking uitgaat van de wet. Er moet veel meer het besef zijn dat er gedeelde verantwoordelijkheid is voor het stelsel met een heldere rolverdeling; stelselverantwoordelijkheid dus. De Raad verstaat onder stelselverantwoordelijkheid de verantwoordelijkheid om binnen bestaande wettelijke grenzen het stelsel te laten functioneren. Stelselverantwoordelijkheid is dus aanspreekbaarheid voor het functioneren van het stelsel als geheel, maar moet onderscheiden worden van de verschillende verantwoordelijkheden op basis van het wettelijke stelstel. Voor het Rijk betekent dat volgens De Raad: onderhoud van het wettelijk stelsel (waaronder dus ook niet te vroeg ingrijpen), ontwikkeling van en afstemming tussen rechtsconcepten, financiën, inspectie en toezicht waarbij het periodiek overleg tussen Rijk en decentrale overheden wordt genoemd om te kijken hoe de  afspraken functioneren en of deze bijgesteld moeten worden. Vraag is wat dat voor het werk van wetgevingsjuristen betekent.

Staatsraden Jan Franssen en Luc Verhey zijn gevraagd in te gaan op hun rapport en daarbij aandacht te besteden aan:

Stelselverantwoordelijkheid
Stelselverantwoordelijkheid vraagt soms om andere afspraken die zich richten op maatschappelijk gewenste resultaat en de te vervullen randvoorwaarden, bijvoorbeeld over onderlinge contacten en informatie uitwisseling. Voor het wetgevingsbeleid betekent het dat de centrale overheid deskundigheid moet leveren, uitwisseling van ervaringen moet ondersteunen en decentrale overheden meer moet betrekken bij toekomstige wetswijziging die medeoverheden raken, inclusief het inzichtelijk maken van de financiële implicaties. En terughoudendheid betrachten door niet te vroeg in te grijpen met nieuwe wetgeving. Hoe doen we dat?

Integraliteit
De kaders waar binnen gedecentraliseerde taken worden uitgelegd liggen vast in wetten. Deze wetten moeten ruimte bieden voor een integrale aanpak met maatregelen. De wetgevingscomplexen zijn afhankelijk van elkaar. Meer afstemming tussen regelgevingscomplexen bijvoorbeeld in het sociaal domein is nodig, stelt de Raad. Wat betekent dat voor het wetgevingsprogramma van een volgend kabinet bijvoorbeeld als het gaat om verdere integratie van beleid, zoals onderwijs, vereniging van eigenaren en gemeentelijke schuldhulpverlening?    

Herijking rechtsconcepten
Decentralisatie heeft geleid tot een andere verhouding tussen overheid en burger. Maatwerk leidt tot andere invulling van rechtsconcepten, zoals rechtsbescherming of rechtsgelijkheid. De nieuwe concepten van maatwerk en integraal bestuur lijken ertoe te dwingen dat niet alleen het uiteindelijke besluit, maar ook het proces daar naar toe voorwerp van toetsing door de bestuursrechter moet zijn. Er zou veel meer rekening gehouden moeten worden met de bijzondere omstandigheden van een individueel geval en de gang van zaken voorafgaand aan en rond een besluit. Dat vraagt om een omslag in het denken van de overheid, maar ook van de wetgever. Hoe moet maatwerk juridisch worden vertaald? 

Contactpersoon
Naam:                      Daphne de Groot
E-mailadres:            d.de.groot@minvenj.nl
Telefoonnummer:  06 52 87 73 18
Functie:                   hoofd Kenniscentrum Wetgeving en Juridische zaken

Aanmelden: info@kcwj.nl